logo-new-bluesbreeker

 

 

 


button-home

 

button-recensies

 

button-gastenboek

Cell Phone Man - Willie Buck
Delmark DE825

willie-buckZeventien nummers lang Chicagoblues zoals uit de jaren vijftig. Is dat wat? Dat is zeker wat en met name als dat gespeeld wordt door Willie Buck samen met de gelijkgezinde muzikanten: ‘Rockin’ Johnny; Rick Kreher; John Sefner en Steve Bass met daarnaast nog enkele gastmuzikanten zoals Martin Lang op de harp en Bharath Rajakumar eveneens op de harp en dan nog Barrelhouse Chuck op piano.

Dit alles vindt allemaal plaats op Willie Bucks recente album: ‘ Cell Phone Man. Zijn eerste volledige album sinds hij dertig jaar geleden zijn zelf geproduceerd debuut album uitbracht, dat overigens twee jaar terug met als titel “ The Live I Love” opnieuw is uitgebracht.
Terug naar “Cell Phone Man”, zoals geschreven zeventien titels bevat het album, een combinatie van eigen werk met covers van: Muddy Waters ; Ted Taylor en traditionals of oude songs waar geen rechten meer op zitten.

Met ‘Doin’ Good And Bad At The Same Time’ worden meteen de kaarten op de tafel gelegd. Open en bloot met  ongepolijste en soms rauwe Chicagoblues maar wel blues zoals die volgens Willie Buck moet klinken. Waarbij ook zijn krachtige en donkere stemgeluid treffend klinkt, soms kan die echter ook wat ‘zeikerig’ klinken zoals op: ‘The Love We Share’, een eigen compositie, maar dat hoort bij deze stijl.

Ook de band, die de juiste feeling heeft met deze muziekstijl, staat als een huis, daar kan hij op bouwen getuige het nummer: ‘Strange Woman’. Hierop horen we op de bluesharp Bharath Rajakumar die heel ingetogen maar verdomd fraai en strak zijn instrument bespeelt. Samen met Martin Lang lossen zij elkaar regelmatig op de bluesharp af. Martin Lang is namelijk te horen op bijvoorbeeld: ‘Cell Phone Man’, op het welbekende ‘Blow Wind Blow’ en tussen deze twee songs is hij te horen op nog enkele interessante songs.

Dertig jaar geleden waren er nog geen GSM’s maar op zijn nieuwe album zingt hij over ‘Cell Phone Man’ alsof hij jarenlang ervaring heeft met die ‘zak-koelkasten’. Let hierbij ook eens op het knappe gitaarspel van onder meer Rockin’ Johnny  die in combinatie met de harp en de zang toch bepalend is. Dat doet totaal niets af aan de kwaliteiten van de overige muzikanten, ook zij vormen de bepalende factor op dit album.

Hij houdt ook wel van een ‘groen’ blaadje zoals je wel kunt horen op ‘My Eyes Keep Me In Trouble’. Daar zingt hij over mooie vrouwen die hij ziet en bekijkt en de rest laat zich natuurlijk wel raden.

Met ‘I Wanna Talk To You Baby’, een akoestisch eigen werkje, gaan we terug naar de hele oude blues uit de deltaregio. Een enerverend nummer met een passende tekst die de spijker op zijn kop slaat maar ook heel duidelijk de kwaliteit van Willies stem laat horen.

“Cell Phone Man” biedt ruim voldoende variatie van moddervette rauwere blues tot wat ik noem smeuïge blues die wat smoother en gladder klinkt. Lekker klinkende en vooral goed gespeelde covers en eigen werk zorgen ervoor dat je in een gemoedelijke sfeer dit album in zijn totaliteit kunt beluisteren, keer op keer.
De combinatie van de muzikale kwaliteiten van alle muzikanten samen met de songs pakt fraai uit wat het album interessant maakt.

 

krh8t1yedfp 9a6a