logo-new-bluesbreeker

 

 

 


button-home

 

button-recensies

 

button-gastenboek

Never Trust The Living – Johnny Mastro & Mama’s Boys

Tekst: Wil Wijnhoven

JMJohnny Mastro mag je best een harpvirtuoos noemen die daarnaast ook nog zeer verdienstelijk zingt en ook nog geweldige songs kan schrijven. Echter de combinatie met gitarist en liedjesschrijver ‘Smokehouse’ Brown zorgt voor een geheide en degelijke eenheid. Een eenheid die staat als een huis, zowel op het podium als in de studio. Dat bewijzen ze met het nieuwe album: “Never Trust The Living”.

Samen met Dean Zuccherro op de bas en Rob Lee achter de drums, hebben ze in de Shed Studio in New Orleans elf nummers live, zonder overdubs, opgenomen. En het klinkt weer als vanouds maar in dit geval met minder overdreven distortion dan hun vorige albums. Niet dat dit misstaat maar teveel is teveel.
Hiervan word ik dus heel blij, gewoon lekkere blues met tintelend harpspel en ruig gitaarwerk. En daarbij nummers die live ook net zo goed, soms zelfs beter, klinken als op het album.

De opening van het album begint met een gemeen en sarcastisch lachje van Johnny, daarmee begint ‘Snake Doctor’. Toch nog even schrikken van het gitaargeluid maar met het inzetten van de harp ben je er aan gewend.
‘Judgement Day’ klinkt eigenlijk zoals de titel zegt: ‘dag van de afrekening’,  het klinkt zwaarmoedig en heftig. Dat heeft ook met het repeterende gitaargeluid van Smokehouse te maken die daarna uitpakt in een driftige solo. Samen met de klagende zang van Johnny is dit een heel pakkende song.

Na alle heftigheid duikt er ineens het subtiele ‘Don’t Believe’ op. Een nummer waarvan de teksten en muziek afkomstig zijn van Johnny wordt door hem op hele intense wijze gezongen. Zelfs Smokehouse kan zich van zijn meest innemelijke wijze laten horen. Je mag dit nummer gerust een rustpunt op het album noemen.

En als je hun interpretatie van ‘House Of The Rising Sun’ beluisterd denk je het eerste ogenblik dat het hier dezelfde kant op gaat. Maar dan sla je de plank mis want na enkele seconden schuifelt abrupt Smokehouse aan met een stevige gitaarpartij maar die eventjes verder weer enigszins genivelleerd wordt door Johnny’s stem en harp. Maar het is en blijft een geweldig sterkte uitvoering die net even een andere touch heeft als menig andere uitvoering.

Wat ik nu wel ontdek is hoe ieder nummer zo dichtbij klinkt alsof ik voor het podium sta en alles live ondervindt. De sfeer van de eerste zeven nummers ademt gewoon een live-atmosfeer uit uit.
‘Walking’ is een nummer waarop steeds weer dezelfde gitaarlick wordt herhaald maar dan wel iedere keer heel strak zonder dan ook maar enige oneffenheid daarin. Daarin kun je toch wel afmeten hoe de kwaliteiten van de mannen binnen de band zijn.

Boogie? Ja een ‘dunne’ uitvoering van een boogie mag je de titeltrack wel noemen maar dan ontspint er zich toch wel degelijk een stevig partijtje blues dat ingeleid wordt door de zangpartijen. Maar de boogie wordt versterkt door de combinatie van gitaar en harp en dat klinkt toch wel heel lekker.
De intro van het afsluitende ‘Indrid Cold’ doet mij denken aan een hit van David Bowie net zoals het begeleidende gitaarlickje zet met op dat spoor. Buiten dat vind ik het nummer ook iets nieuw hebben, iets experimenteels en zo gezien kom ik dan toch weer bij David Bowie terecht.  Maar het is en blijft echt Johnny Mastro and Mama’s Boys.

“Never Trust The Living” is weer een ‘ouderwetse’ Johnny Mastro album die ik regelmatig afdraai omdat ik hem gewoonweg goed vindt klinken.