logo-new-bluesbreeker

 

 

 


button-home

 

button-recensies

 

button-gastenboek

There’s A Time – Doug MacLeod 
(Reference Recordings RR-130)

Tekst: Harm Lutke 

doug-macleodEen recensie schrijf je niet lukraak in 1x. Daar gaan soms wel een 8 tal luistersessies, onder verschillende omstandigheden, aan vooraf. Als je dan later de aantekeningen van de eerste indruk naast de laatste legt, kom je vaak tot verrassende verschillen, waarmee ik maar wil zeggen dat sommige cd’s meerdere luisterbeurten nodig hebben om een goed oordeel te vellen. Zo is dat ook het geval met het nieuwe album van Doug MacLeod.
 
“There’s A Time” heb ik al een tijdje in huis liggen en begon ik te luisteren in de sombere tijd dat het maar geen zomer wilde worden. Dat leidde onder die omstandigheden tot een niet zo positief resultaat. Maar zie daar, de zon schijnt en ik geef hem nog een kans om mij te overtuigen dat ik er toen naast zat.
Doug MacLeod staat bekent als de “Story-teller” onder de singer/songwriters en daar laat hij op “There’s A Time” geen twijfel over bestaan. Hoewel hij een briljant tekstschrijver is, word ik niet echt blij van de sobere begeleiding, maar vindt het wel knap. Hij zet een sfeer neer die perfect bij het verhaal past. Ik zal me daarom beperken tot de nummers die er door hun “vrolijkheid” uitspringen. 

Voor dit album, dat in één track is opgenomen, maakt hij gebruik van meerdere authentieke gitaren die hij allen een naam gegeven heeft. De mooiste naam is die voor zijn oude Gibson C-100 FE die de bijnaam ‘Little Bit’ meekreeg. Iedere keer als hij hem gebruikt, lijkt het instrument een beetje meer uit elkaar te vallen. Deze uitleg en anekdotes staan te lezen in het booklet en ik moet zeggen dat ik zelden zo’n interessant booklet gelezen heb.
De tracks die mij als muziek in de oren klinken zijn voornamelijk uptempo nummers als de opener ‘Rosa Lee’ met mooi slide spel, maar ook met het lazy ‘Black Nights’ weet hij mijn aandacht vast te houden. Intens gezongen, met af en toe hoge uitschieters, en eveneens intens gitaarspel. De begeleiding is hier prima op afgestemd doordat Jim Boti zijn drumsticks vervangen heeft door brushes en Denny Croy de bassnaren lijkt te aaien in plaats van te plukken.

The Up Song’ klinkt naar meerdere draaibeurten ook beter als bij de eerste keer, maar het country getinte ‘My Inlaws Are Outlaws’ spreekt mij persoonlijk meer aan. Let wel: dat is mijn persoonlijke smaak en smaken verschillen nu eenmaal. Daarom sla ik ‘The Entitled Few’ over en maak ik een sprongetje naar het daarop volgende ‘A Ticket Out’, dat best wel lekker in het gehoor ligt.
Dat is met ‘St. Elmo’s Rooms and Pool’ ook het geval, maar daarvoor heb ik toch weer een sprongetje gemaakt en ‘Run With The Devil’ overgeslagen.

‘I’ll Be Walking On’ plaatste ik na de eerste draaibeurt in de categorie ‘mwah’, maar maakte gaandeweg toch de overstap naar best wel goed. Hoe vaker je het ingetogen nummer hoort, des te beter je het gaat vinden.
Op ‘East Carolina Woman’ laat Doug horen wat een gedreven slide gitarist hij is en dat maakt het nummer tot een van de beste van dit album. Daarna weer een story (‘The Night Of The Devil’s Road’) gevolgd door ‘Dubb’s Talking Religion Blues’ een nummer dat qua stijl ergens het midden houdt tussen de liederen van Johnny Cash en Tom T Hall.

Doug MacLeod is in mijn beleving een zeer muzikale entertainer die als geen ander een bepaalde sfeer weet neer te zetten. luister maar naar de afsluiter ‘Ghost’, maar het ligt uiteindelijk aan de smaak van de luisteraar of ‘There’s A Time’ een ere plaats in zijn collectie zal krijgen, …of niet.