logo-new-bluesbreeker

 

 

 


button-home

 

Interview

 

 

In gesprek met Bob Fridzema

Door Nineke Loedeman

Bob

Toetsenist Bob Fridzema (1983) is één van de jongste en meest in het oog springende toetsenisten van Nederland. Binnen de blues(rock)wereld is Bob allang geen onbekende meer. Reeds vele jaren speelt hij in binnen-en buitenland met mensen als Dana Fuchs, John F. Klaver en Eric Steckel. Sinds een jaar maakt hij furore met de Schotse formatie King King. Men kent Bob als een bescheiden, altijd vriendelijke man die zijn beroep vol passie en vuur beoefent. De roodharige Rotterdammer toert momenteel met King King door heel Europa. Aan de vooravond van hun concert in de Groene Engel te Oss, schuiven we aan voor een gesprek. Allereerst ben ik benieuwd naar zijn jeugd, zijn schoolperiode en hoe hij uiteindelijk in de muziekwereld terecht is gekomen.

“Ik ben opgegroeid in Gouda in een gezin waar muziek, en zeker bluesmuziek een grote rol speelde. Mijn ouders hebben een immense platencollectie en er was bij ons thuis altijd muziek. Zij bezochten ook veel concerten. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader Luther Allison in de auto draaide (op cassette) waar ik geweldig van onder de indruk was! Ik was denk ik een jaar of zeven toen ik een jongetje piano/keyboard zag spelen tijdens een muziekschool demonstratie. Ik was meteen verkocht: dat wilde ik ook. Dus kwam een keyboard in huis en mocht ik op les. Mijn ouders stimuleerden die liefde voor muziek enorm, zodat ik, net zoals mijn broer Erik, zich verder konden bekwamen in de muziek. Koos broer Erik met zijn gitaar de wat zwaardere rock kant ( hij heeft zijn eigen band All Comes Down), ik zocht het meer in de blueshoek. Met zo nu en dan uitstapjes naar andere stijlen, is de blues toch wat ik het liefste doe.”

“Ik kwam op een middelbare school terecht die erg veel met muziek deed, en zo kwam ik al op mijn veertiende bij mijn eerste schoolbandje. Op mijn zeventiende speelde ik in een Nederlandstalige band in Leiden. Die band timmerde flink aan de weg en deed o.a. voorprogramma’s van De Dijk. Dat was heel leuk om te doen en daar heb ik veel van geleerd. Ook deed ik eens auditie voor Ellen ten Damme. Mijn moeder zag een oproep in de krant, regelde de afspraak en mijn pa reed me ernaar toe! Ik heb altijd veel support van mijn ouders gehad, zonder hen was ik nu nergens. Overigens liep die auditie op niets uit: De concurrentie was groot, ik was met m’n zeventien jaar ook gelijk de jongste deelnemer. Toch ben ik volledig serieus genomen en was men onder de indruk van mijn kunnen. Dat is dan wel weer heel leuk! Na de middelbare school ben ik eerst IT gaan studeren. Hoewel ik het conservatorium wel heb overwogen, zag ik het niet zitten om vier jaar lang Jazz en klassieke muziek te studeren. Ik zag IT ook wel zitten, het was toen een opkomende studie en vanwege onderdelen als sociologie en psychologie voor mij interessant. Afijn, toch had ik het na anderhalf jaar wel gezien, dit was duidelijk niet mijn ding. Na wat te hebben rondgekeken, o.a. bij de Rockacademie, kwam ik uiteindelijk terecht bij de Popopleiding van het Conservatorium in Rotterdam. Dat bleek goed bij me te passen, het is nl. een vrij brede opleiding. Ik kon doen wat ik wilde doen en kon mijn ei erin kwijt. Er werd daar helaas wel wat neergekeken op bluesmuziek: ‘het zijn maar drie akkoorden‘. Dat hokjesgedrag vond ik soms wel eens lastig daar. Het was natuurlijk wel een nieuwe opleiding die zich nog moest vormen, en later is dat ook wel bijgetrokken. Ik heb in ieder geval wel vier jaar de tijd gehad om uit te vinden wat ik graag wil doen.”

BobJe bespeelt zon beetje alles wat toetsen heeft: piano, orgel, keyboards. Speel je ook nog andere instrumenten?
Vanaf mijn veertiende speel ik de Hammond, en ben eigenlijk altijd in toetsinstrumenten geïnteresseerd geweest. Op jonge leeftijd ging ik al naar North Sea Jazz, dan zag ik al die verschillende instrumenten op het podium. En ook van wat ik hoorde op platen, wilde ik uitvinden wat dat dan precies was. Ik heb bewust nu gekozen voor een lichtgewicht digitale Hammond. Met een Leslie speaker, dat dan weer wel. Het mag geen naam hebben maar ik heb ook gitaar leren spelen, waaronder de lapsteelgitaar. Een voor mij reuze toegankelijk instrument. Ik vindt de lapsteel een minder moeilijk instrument om mee te beginnen, en je kunt er redelijk snel een liedje mee leren spelen. Als ik iemand als Robert Randolph, die dit instrument waanzinnig beheerst, zie spelen krijg ik pas echt kippenvel.”

Je hebt veel gespeeld met anderen en meegewerkt aan diverse albums. Hoe kijk je op die periode terug en wat zijn absolute hoogtepunten geweest tot nu toe?
“Klopt, zo heb ik onder andere met de Stefan Schill Band gespeeld, waarmee ik ook een album heb opgenomen. Met de popband Rigby heb ik een hele hoop ervaring opgedaan. Met die band kwamen we veel in de media en speelden regelmatig bij DWDD. Dat was echt leuk om te doen, waarbij een hoogtepunt toch wel in het Glazen Huis in Groningen was, waar we optraden voor 10.000 man! Best gaaf, zo in die spotlights staan, dat was een toffe periode. Zo nu en dan invallen als muzikant geeft me nauwelijks voldoening. Ik ga het liefst touren met een band. Voor mij is de kameraadschap heel belangrijk, een kwestie van elkaar even aftasten en dan gezamenlijk in een tournee groeien. Samen bouwen aan het geheel, dingen ontwikkelen. Datzelfde geldt voor het maken van een album. Met elkaar toegewijd bezig zijn, zoiets geeft mij veel voldoening. Een absoluut hoogtepunt was acht weken touren met Dana Fuchs. In één woord geweldig was dat. Zo was ik met haar en de band op een festival in Polen waar we tot mijn grote verrassing voor 10.000 man speelden. Ook een topmoment was één van mijn eerste optredens met King King in Scarborough, waar ineens Ian Siegal en Jon Amor kwamen meejammen. Ik was totaal overdonderd, dat zijn toch gasten die ik bewonder, waar ik vroeger zelf notabene kaartjes voor heb gekocht. En nu speelde ik met ze tezamen op een podium. Te gek!”

We horen je vaak de tweede stem zingen tijdens je optredens. Niet alleen bij King King maar eigenlijk bij alle bands waarin je hebt gespeeld. Blijkbaar is zingen dan iets wat je graag doet. Schrijf je overigens zelf liedjes?
“Ja, ik heb in de loop der jaren al best veel liedjes geschreven, alhoewel dat nu op een heel laag pitje staat. Nog niet voor King King, maar ik hoop dat natuurlijk wel ooit te doen. Ik schrijf de nummers, speel ze zelf thuis in en maak er een demo van. Zingen vindt ik erg leuk, en als het beter klonk zou ik het nog vaker of misschien zelfs solo willen doen, haha! Ik denk dat een goede tweede stem zoveel meer kan toevoegen aan een song. Ik versimpel soms de toetsenpartij om de tweede stem beter te laten uitkomen. Het is een beetje een compromis sluiten zeg maar, voor een betere sound. Het zanggebeuren is dan één uitdaging, ik merk ook dat ik nu meer behoefte heb om weer te oefenen, of iets nieuws te leren. Ook op dat vlak wil ik mezelf uitdagen de komende tijd. Bijvoorbeeld voor het nieuwe album van King King, daar wil ik toch wel iets heel goeds neerzetten. Hoewel ik soms wat lui kan zijn ben ik best ambitieus en redelijk perfectionistisch. Ik baal van mijn ‘foutjes’ tijdens een optreden. Maar daar leer ik dan ook weer van. Wij als band luisteren gezamenlijk onze optredens terug en kunnen elkaar, zonder er ál te krampachtig over te doen, daarop aanspreken. Zo‘n optreden als wat we straks voor Rockpalast gaan doen geeft natuurlijk wel extra druk, zoiets voelt voor mij alsof je onder een vergrootglas ligt. Daar ben ik dan best wel wat meer zenuwachtig voor. Het moet gewoon goed zijn wat we daar neerzetten!”

2014 staat in het teken van touren met King King en brengt de band door heel Europa. Van de UK tot Scandinavië, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Polen en Spanje. Er komt in het najaar een grote UK tour samen met John Mayall. Life on the road kan hectisch zijn, is er nog zoiets als een privéleven mogelijk?
“Het touren vindt ik schitterend, heb ik altijd al gevonden. Momenteel spelen we 150 shows door heel Europa, dat zegt wel wat. Eigenlijk vindt ik dit wel leuker dan het vliegensvlugge van het popcircuit. Hoewel ik nu geen mainstream stijl met King King speel, is dit wél een scene die leeft. Het is momenteel superdruk, maar er zal straks wel wat meer balans en rust in komen. Het gaat nu gewoon erg goed met King King, de band is de afgelopen jaren behoorlijk groot geworden. We moeten er knetterhard voor werken want niemand anders gaat het voor ons doen. Dit is een industrie waarin je niets moet verwachten, je moet er zelf keihard voor gaan. Wij weten dat we ergens naar toe werken wat het allemaal waard is. Een privéleven is momenteel erg lastig en schiet er behoorlijk bij in. Ik doe mijn best het te onderhouden maar in de praktijk komt het er niet echt van. Zo nu en dan ben ik even thuis in m’n flatje, maar ik merk dat ik bijvoorbeeld tussen twee drukke tours best behoefte heb aan wat rust. Dan moet ik omschakelen en mezelf er even weer toe zetten om te socializen, weer wat balans zien te vinden. Dat is niet altijd leuk, soms best lastig maar tegelijkertijd is dit leventje toch helemaal te gek. Dit is wat ik het liefst wil doen.”

King KingWat zou jij een beginnende muzikant willen meegeven als ze in deze muziekscene willen belanden?
“Jeetje, eh, het klinkt cliché maar het begint altijd toch met goede muziek. Goede muziek die je wel serieus moet nemen en nee, je hoeft niet persé geschoold te zijn. Wel moet je weten wat je geschiedenis is. Klakkeloos imiteren is naar mijn idee niet zinnig, je hoeft niet iets na te doen wat men al vijftig jaar doet. Je mag dat natuurlijk wel meenemen om zo tot iets nieuws te komen. Het is hard werken dus een sterke gedrevenheid is ook erg belangrijk. Uiteindelijk zie je na verloop van tijd dat de mensen met het meeste doorzettingsvermogen over blijven. Goed les te nemen is belangrijk om zo een stevige basis te leggen. Maar ook goede begeleiding is cruciaal, bijvoorbeeld van ouders. Ook ben ik van mening dat je behoorlijk sociaal ingesteld moet zijn in dit wereldje. Zeker als je met een stel mensen gaat touren, waar je tenslotte continu bovenop elkaar zit: in het busje, in het hotel, met eten en ’s avonds op het podium. Dat vergt gewoon een zekere instelling, anders heb je een probleem. Als je een eikel bent, of zeg maar niet sociaal, dan wordt je gewoon niet (meer) meegevraagd.”

Heb je verdere ambities en waar zou je willen zijn over 5 jaar?
“Ambities? Nou, miljonair, een huis in Frankrijk, haha. Nog niet rentenieren, want dan zou ik gek worden van verveling. Nee hoor, zoals het nu gaat is het geweldig. Misschien zou ik tezijnertijd wat meer vastigheid willen, meer zekerheid, een fijn huis en een privéleven. Als ik naar artiesten kijk als een Joe B. dan zou ik dat misschien ook best willen: veel touren, spelen in de grote zalen, succes en daardoor veel meer mogelijkheden, flink verdienen etc. Dan loop je natuurlijk het risico dat je geleefd gaat worden zijnde een onderdeel van een groot bedrijf. Nu groter groeien mag dus best, en ik hoop dat King King zelfstandig genoeg kan blijven. Iemand als Alan weet precies wat hij wil en laat zich niet gek maken. Belangrijk is het om elkaar nuchter te houden, en vooral te blijven doen wat we zelf willen!”
Dan wordt het tijd om ons gesprek te beëindigen, Bob gaat met de mannen van King King richting Groene Engel voor opbouw en soundcheck, om daarna het publiek een fantastische avond te gaan bezorgen.

http://www.bobfridzema.com/