logo-new-bluesbreeker

 

 

 


button-home

 

button-recensies

 

button-gastenboek

The Glorious Gospel & Blues Of Henry Sloan - Bacon Fat Louis

Tekst: Wil Wijnhoven

BFLOm dit album “The Glorious Gospel & Blues of Henry Sloan te begrijpen en te recenseren ben ik internet opgedoken om me te informeren wie Henry Sloan eigenlijk wel was.
Als je op Wikipedia zijn naam intypt krijg je de volgende beschrijving:

Henry Sloan was een Afrikaans-Amerikaans muzikant en een van de vroegste figuren in de geschiedenis van de Delta blues. Naast het feit dat hij Charlie Patton instrueerde over de blues, is er erg weinig over zijn leven bekend. Alleen dat hij in januari 1870 is geboren en in maart 1948 is overleden.
En, hoewel niet bewijsbaar, bestaat de kans dat Sloan de mysterieuze zwerver zou zijn, die muzikant W.C. Handy had gitaar zien spelen op het Tutwiler treinstation in 1903. Handy had in zijn autobiografie geschreven dat hij wakker werd gemaakt door:  ”een dunne, soepele neger die terwijl ik nog sliep, naast mij zijn gitaar begon te bespelen. Zijn kleren waren vodden en zijn voeten staken uit zijn schoenen. Zijn gezicht zag eruit alsof het was getekend door jarenlange droefheid. Tijdens het spelen, drukte hij een mes op de snaren van de gitaar. ... het effect was onvergetelijk... Hij zong de zin ("Goin' where the Southern cross the Dog") drie keer en begeleidde zichzelf op gitaar met de vreemdste muziek die ik ooit had gehoord."


En probeer daarvan maar eens een album te maken met muziek die het verhaal van Henry Sloan vertelt en muzikaal uitwerkt met behulp van huisgemaakte instrumenten.
The trio Bacon Fat Louis heeft de handschoen opgevat en is het gelukt een muzikaal tijdsbeeld te schetsen met een link naar de huidige tijd.
Met behulp van enkele gastmuzikanten passeert in 18 eigen composities het verhaal van deze mysterieuze muzikant onder de titel van: “The Glorious Gospel & Blues van Henry Sloan”. En ik kan niet anders zeggen dat het in mijn ogen gelukt is om me mee te nemen in een retourtje van het 19e -eeuwse Mississippi naar de tegenwoordige tijd. Overtuigende songs met passende titels zoals: ‘Born To Boogie’; ‘I Was Alone’; ‘I Do Believe’ of ‘Don’t Hurt Me So’ krijgen we een ideale mix van moderne en traditionele blues te horen.
Door veel gebruik te maken van ‘voice over’ en typische achtergrond geluiden als blaffende honden en moderne auto’s geven de songs een nogal mysterieus tintje.

Als voorbeeld: ‘Nobody But You’, het is het alsof de duivel ons toespreekt en daarna de band inzet met een nogal stevige gitaarpartij gevolgd door strak harpspel. Dat gebeurt overigens bij meerdere songs. 
Het gaat van uptempo naar ballads en weer terug, mooi verdeeld over het album zorgt dat toch wel voor een zodanige variatie dat je iedere song toch van begin tot einde in je wil opnemen.
En blues hoeft niet alleen ellende en verdriet te zijn maar kan ook een vrolijke smaakmaker zijn zoals we op ‘Party Blues’ ondervinden.
En tekstueel mag dat dan niet zo overkomen maar muzikaal zeker wel.

Met het beluisteren van alle songs zorgt Bacon Fat Louis dat ik een goede indruk krijg van Henry Sloan. Maar wat ik nog het meeste waardeer is hun eigen composities die muzikaal en tekstueel krachtig zijn. En daarnaast zowel de traditionele blues en de moderne blues in goede verhoudingen mixen tot goed in het gehoor liggende blues. Blues met een grote ‘B’ en beslist de moeite waard om je te verdiepen in deze band en met name in dit album. Bo Hudson; Hokey Bellamore en Sandy ‘Slim’ Sticks hebben mij kunnen overtuigen hoe Henry Sloan heeft geleefd en welke stijl muziek hij speelde.

Maar ik wil zeker ook het art-work van dit album niet onbesproken laten. Kunstenaar Pieter Zandvliet heeft zich mogen uitleven en heeft voor een frisse inkijk gezorgd.